Ik las deze zomer het boek Altered Traits
Daniel Goleman — samen met Richard Davidson — maakt in dit boek een belangrijk onderscheid tussen meditatieve states en meditatieve traits. Dat onderscheid is vooral interessant omdat het laat zien dat meditatie niet alleen gaat om wat je tijdens het mediteren ervaart, maar ook om wat er blijvend in je functioneren verandert.
1. State: een tijdelijke toestand
Een state is een tijdelijke verandering in bewustzijn of functioneren die tijdens of kort na meditatie kan optreden.
Bijvoorbeeld:
diepe ontspanning
sterke concentratie
een gevoel van ruimtelijkheid of openheid
minder gedachten
een gevoel van verbondenheid
gelukzaligheid of innerlijke rust
veranderde waarneming van het zelf
tijdelijk minder stress of angst
Je kunt bijvoorbeeld tijdens een sessie 30 minuten een heel heldere, open aandacht ervaren. Dat is een meditatieve state.
Maar: als je daarna in de auto zit en iemand snijdt je af, kan de oude irritatie onmiddellijk terugkomen.
Een state hoeft dus niet blijvend te zijn.
2. Trait: een duurzame verandering
Een trait is een verandering die geleidelijk onderdeel wordt van je normale functioneren.
Bijvoorbeeld:
Je wordt niet alleen tijdens meditatie rustiger, maar reageert ook in het dagelijks leven minder impulsief.
Of:
Je merkt boosheid sneller op, maar hoeft er minder automatisch naar te handelen.
Andere mogelijke traits zijn:
betere aandachtsregulatie
grotere emotionele stabiliteit
meer empathie en compassie
minder automatische reactiviteit
een stabieler gevoel van welzijn
meer vermogen om gedachten en emoties te observeren zonder erin meegezogen te worden
veranderingen in perspectief op het zelf
Goleman en Davidson zijn vooral geïnteresseerd in de vraag:
Wanneer verandert een tijdelijke meditatieve ervaring in een blijvende eigenschap van de geest?
Wordt die openheid steeds meer de natuurlijke manier waarop je functioneert?
Dan spreken we over een trait.
Goleman en Davidson beschrijven meditatie daarom niet simpelweg als een manier om af en toe een prettige toestand te bereiken. Het doel van langdurige training is juist dat bepaalde veranderingen blijvend worden.
Een eenvoudig voorbeeld
Stel dat je dagelijks 20 minuten mindfulness beoefent.
Tijdens de meditatie:
"Ik merk mijn irritatie op zonder er meteen op te reageren."
Dat is een state.
Na jaren oefenen:
Iemand bekritiseert je en je merkt automatisch eerst de lichamelijke spanning en emotionele reactie op. Je hoeft niet onmiddellijk terug te reageren.
Dat is een trait.
De meditatie heeft dan als het ware een nieuwe gewoonte van bewustzijn ontwikkeld.
En hier wordt het voor mindfulness interessant
Goleman en Davidson maken ook duidelijk dat niet iedere meditatie dezelfde traits ontwikkelt.
Focused attention → vooral ontwikkeling van aandacht en concentratie.
Open monitoring/mindfulness → beter herkennen van gedachten, gevoelens en impulsen.
Loving-kindness/compassie → ontwikkeling van prosociaal gedrag en compassie.
Non-duale praktijken → mogelijk veranderingen in de manier waarop het onderscheid tussen zelf en wereld wordt ervaren.
State = "Wat gebeurt er met mijn geest tijdens de meditatie?"
Trait = "Wat voor soort geest wordt hierdoor geleidelijk ontwikkeld?"
En dat laatste is volgens Goleman en Davidson uiteindelijk het veel interessantere criterium voor de effecten van langdurige meditatie.





